|
Statig herenhuis weer in volle glorie (Monumentje 151)
woensdag 7 mei 2008 08:22
Het herenhuis met de aangebouwde landbouwschuur aan De Bente 18 in Dalen ziet er weer prachtig uit. Na jarenlange verwaarlozing is het hekwerk op het balkon volledig vernieuwd en komen het siermetselwerk en de mooie daklijst wederom helemaal tot hun recht. De dakkapel met de puntige spits, de hoge ramen, de voordeur met de levensboom in het bovenraam en de naar het bordes omhoog leidende treden geven het huis een voorname aanblik. Dat is eigenlijk vanzelfsprekend, want de opdrachtgevers tot de bouw behoorden tot de meest aanzienlijke families van het dorp.
Hermannus van Tarel en zijn zwager, huisarts Harm Mol -die getrouwd was met Grietje van Tarel- hadden samen met moeder en schoonmoeder de weduwe Willemina van Tarel-Rikkers en haar oudste zoon Harm het bouwperceel gekocht. Dit stuk weiland met schuur behoorde aan Geesje Kalkdijk-Weerts en was oorspronkelijk eigendom van veearts Hendrik Reimers geweest. De vier ‘ondernemers‘ lieten de schuur afbreken en gaven in 1914 opdracht de boerderij met het herenhuis te bouwen. Landbouwer Berend van der Laan en zijn vrouw Jacomina uit Slochteren huurden in 1915 het pand en kochten het na verloop van tijd. Ze hadden drie kinderen en kregen er hier nog twee bij. Maar veel geluk hadden ze verder niet en in 1920 vertrokken zij naar Zuidlaren. Het huis stond twee jaar leeg en werd toen gekocht door het molenaarsechtpaar Kars en Catharina Arends-Oldekamp. Kars wilde niet langer meer ‘op de molen‘ in De Bente werken, omdat hun 15-jarige zoon Gerrit Jan door een klap van de wiek om het leven was gekomen. Het echtpaar had nog zeven kinderen en het huis werd dus meteen goed gebruikt. Kars begon hier nu ook een boerenbedrijf. Hij was al jaren lid van de vrijwillige brandweer en werd in 1932 benoemd tot opperbrandmeester. In deze functie moest hij een jaar later meemaken hoe aan de Emmerweg de boerderijen van Bouwers, Kaspers en Kiers tegelijk afbrandden. Toen Kars in 1938 stierf, bleef Catharina met de nog thuiswonende kinderen achter. Dochter Catrien was haar rechterhand en toen verloofde Harm Veldhuis haar vertelde, dat ze trouwplannen hadden en elders in Dalen wilden gaan wonen, zei ze vastbesloten: ‘Maar ik kan Catrien niet missen!‘ Diezelfde avond werd er familieberaad gehouden en men besloot het huis zodanig te verbouwen, dat er plaats voor twee gezinnen zou zijn. Harm en Catrien trouwden op 31 mei 1946, maar het werd geen vrolijk bruiloftsfeest, want moeder Catharina was in maart plotseling overleden. Catrien en haar ongetrouwde broer Wessel bleven op de boerderij werken. Harm had daar geen tijd voor, want hij dreef een steeds groeiende varkens- en kalverenhandel.
Hij was altijd onderweg en ging bijvoorbeeld elke maandag naar de veemarkt in Coevorden, deed daar zaken met verschillende boeren, dronk een kop koffie bij Arends en ging vervolgens op weg naar Schoonebeek. Onderweg lette hij speciaal op bosjes stro of stukken karton aan de bomen van de boerderijen, want dat waren de afgesproken tekens, dat hier biggen of kalveren te koop waren. ‘s Middags haalde hij dan de dieren op en bracht ze weg. Het bedrijf groeide en Harm werd commissionair, tussenpersoon tussen handelaars en slachterijen. Naast zijn drukke bezigheden vond Harm ook nog tijd om oprichter en de eerste voorzitter van de Coöperatieve Diepvrieskluizen te worden, evenals ouderling in de hervormde kerk en voorzitter van de Daler Oranjecommissie. In 1950 werd het boerenbedrijf van Catrien en Wessel beëindigd.
Dankzij subsidies kon het huis uitstekend worden onderhouden, maar Harm liet het balkon afbreken. Catrien had namelijk last van slaapwandelen en je kon maar nooit weten! Het echtpaar kreeg drie kinderen, een zoon en twee dochters. Toen in 1974 Harm jr. met Bertha Kamst trouwde en zijn vader opvolgde, werd het balkon in ere hersteld. Catrien en Harm gingen nu in de boerderij aan de Oude Coevorderweg achter het huis wonen. In 2003 werd het huis verkocht aan een familie uit Purmerend en het raakte ernstig in verval. Gelukkig werden in april 2007 Herman en Carolien Kamphuis de nieuwe eigenaars. Zij woonden al sinds 1989 in Dalen en hadden al eerder koopplannen. Zij vonden altijd al, dat het huis wat had, karakter en stijl en toen het opnieuw te koop kwam, hapten zij toe. De toestand was echter allerbelabberdst en eigenlijk moesten zij een nieuw huis in een bestaand huis bouwen, waarbij de buitenkant én het balkon niet vergeten mochten worden. Aan de linkerkant werd een ruime keuken gebouwd en in de voormalige schuur, het achterhuis, werd een nieuwe praktijkruimte voor pedicure Carolien ingericht. En veel ouds, zoals de hoge plafonds, de statige hal, de lambriseringen onder de ramen en de dubbele trap met de prachtig geschilderde houten balustrade is gebleven. Buiten wordt de tuin weer als vanouds aangelegd en het statige huis wordt opnieuw geschilderd. Sta er eens een moment bij stil, bij dit in prachtige staat teruggebrachte monument uit 1914.
|