dossiers
De Provinciale Statenverkiezingen van Flevoland vinden plaats op 20 maar...
Alle initiatieven op het gebied van glasvezel in de dorpen hebben zich v...
Sportcomplex De Swaneburg sloot 18 december 2012 de deuren tijdelijk weg...
De muziek- en theaterproductie Toorn van Thunaer wordt in september 2019...
Kiek nou 's!

De geschiedenis van de gemeentelijke begraafplaats

Door Herman Woltersom op dinsdag 29 mei 2018 16:00
  • ignore touch

    Gemeentelijke begraafplaats. © Herman Woltersom

mail pinterest

De gemeentelijke begraafplaats van Coevorden is sinds 1830 in gebruik. Voor die tijd begroef men de doden bij de huidige hervormde kerk. De katholieken hadden geen eigen begraafplaats en begroeven hun doden in gewijde graven in de kerk en op het kerkhof.

De joden kregen halverwege de 18e eeuw achter hun synagoge aan de Kerkstraat hun eigen begraafplaats. Na 1829 moesten zij op zoek naar een nieuwe begraafplaats en die kwam naast de algemene begraafplaats te liggen welke de gemeente rond 1830 liet aanleggen. De algemene begraafplaats kwam ten noorden van de stad op de Loo Akkers te liggen.

Goed bereikbaar

Maar ook de katholieken zochten een eigen begraafplaats, die werd ook ten noorden van de stad aangelegd en in hetzelfde jaar in gebruik genomen. Als locatie koos het stadsbestuur voor de algemene begraafplaats dus voor een perceel ten noorden van de stad. De plek was goed bereikbaar omdat het niet ver van de doorgaande weg naar Dalen lag. Het perceel waarop de begraafplaats werd aangelegd was ongeveer 0,6 hectare groot. Coevorden voldeed met de aanleg van de algemene begraafplaats aan de eisen die het Koninklijk Besluit van 1827 stelde voor steden met meer dan 1000 inwoners.

Uitbreiding

Na de eeuwwisseling raakte de begraafplaats vol en diende uitgebreid te worden. Daarvoor wilde de gemeente in 1919 grond aankopen ten noorden van de begraafplaats. Met de grond die de gemeente op het oog had zou de oppervlakte verdubbeld worden. De grond behoorde deels toe aan de Rooms Katholieke en de Nederlands Hervormde diaconie.

De kosten voor de uitbreiding werden door gemeentearchitect Eckhardt beraamd op iets meer dan 7000 gulden. Voor de aanleg werd tuinarchitect L.A. Springer benaderd. Springer kende de gemeente Coevorden want hij had in 1915 tot volle tevredenheid van de gemeente het Van Heutszpark vernieuwd. Juli 1921 stuurde Springer zijn plan welke bestond uit drie varianten.

Wachtgebouw

Wat de varianten waren is niet geheel duidelijk, maar in september vroeg de gemeente aan Springer om een begroting in te dienen voor plan A. Springer adviseerde plan B wat inhield dat er ook een gebouw moest komen. Daarmee bedoelde hij een ontvangstgebouw of aula wat voor die tijd geheel nieuw was op een begraafplaats. De gemeente ging uiteindelijk akkoord met plan A, want de kosten voor een gebouw waren te hoog. In de loop der jaren kwam er schijnbaar toch vraag naar een wachtlokaal.

Gemeentearchitect Eckhardt leverde in 1935 een ontwerp aan voor het gebouw. In december 1935 stelde het college aan de raad voor om een post op de begroting uit te trekken van 4000 gulden bestemd voor de stichting van een wachtgebouw.

Schaftruimte

Het gebouw werd aanbesteed, Timmerman was met 3998 gulden de hoogste inschrijver en Wever met 3450 gulden de laagste inschrijver. Het gebouw werd in baksteen opgetrokken en heeft één bouwlaag. Zowel aan de voor als achterzijde heeft het gebouw uitspringende entreepartijen. Met een van de laatste uitbreidingen van de begraafplaats en gereedkomen van een rouwcentrum was de oude aula niet meer nodig. In 1980 werd door gemeentewerken voorgesteld om een nieuwe indeling te maken zodat in het gebouw een schaftruimte en een berging voor materiaal kwam.

Van veel gebouwen zijn her en der wel foto’s te vinden, maar van het wachtlokaal bij de openbare begraafplaats zijn in verleden schijnbaar geen foto’s gemaakt.

Bron: Gemeentelijke Begraafplaats Coevorden